ROERMOND
 

Dialoogconcept

Dialoog; geen debat of dicussie!

Aan de dialoogtafel praten mensen met verschillende achtergronden in een veilige sfeer openhartig met elkaar. Ze wisselen ervaringen en gedachten uit en luisteren naar elkaar. Bij een dialoog gaat het niet om discussie over meningsverschillen. Er hoeft ook geen gezamenlijk standpunt uit te komen. Door de dialogen ontstaan nieuwe verbindingen tussen mensen, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Dat levert persoonlijke ervaringen en nieuwe initiatieven op die de binding versterken.

  

Het gesprek doorloopt vier fasen binnen een centraal thema:

  1. Kennismaken: de deelnemers maken kennis met elkaar aan de hand van het thema
  2. Ervaren: de deelnemers delen hun persoonlijke ervaringen met het thema of een subthema
  3. Dromen: de deelnemers mogen vrijuit dromen en wensen met betrekking tot het thema
  4. Doen: de deelnemers vertellen wat ze zelf kunnen doen om de wens of droom dichterbij te halen

Gesprekregels

Om de dialoog goed te laten verlopen is het zinvol van te voren gesprekregels met elkaar af te spreken. Gespreksleiders worden vooraf getraind in het toepassen en bewaken van de regels.

Tijdens de dialoog geldt:

  • Laat de ander zijn/haar verhaal vertellen. Vertel op dat moment niet uw verhaal.
  • Geef niet uw mening over hun ervaringen.
  • Waardeer het verhaal van anderen, oordeel niet.
  • Wees écht nieuwsgierig naar de ervaringen, gedachten en gevoelens van anderen. Probeer uzelf open te stellen en tot u door laten dringen wat de ander zegt.
  • Sommige mensen zullen langer tijd nodig hebben om over hun antwoorden na te denken. Sta toe dat mensen zoeken, stotteren of dat het even stil is.
  • Spreek voor uzelf: praat zoveel mogelijk vanuit de ik-positie, vermijd "uw" of "men".
  • Vraag bij algemeenheden om concrete voorbeelden en om toelichting als u iets niet begrijpt.
  • Behandel de ander zoals uzelf behandeld wilt worden: met respect en vriendelijkheid.